Arkema
Door: Mattie Bruining-Hoeksma
www.mattiebruining.nl
De twee zonen van Egge Jacobs namen op 7-3-1812 de naam Arkema aan,
vermoedelijk naar aanleiding van hun afkomst van ‘de Ark’ te ’t Zandt.
Een Mennisten vermaning (een kerkgebouw van de doopsgezinde gemeente) werd
vroeger Ark genoemd.
In 1534 was ’t Zandt een centrum van Wederdoopers, er stond een grote
boerderij ‘de Arke’ genoemd. Deze behoorde aan Eppe Peters, ‘eyn rijck man’.


Boerderij de Grote Ark te ’t Zandt; waar in 1534 Eppe Peters boer was. Bron:
boek P. Coolman.
“In 1535 was er een vreemde gebeurtenis bij de boerderij: 
Het gerucht dat
Anthonie Kistemaker als Groninger afgezant uit Münster terug was, had tot
gevolg dat wel 1000 personen uit de streek zich rondom de Ark in ’t Zandt
verzamelden. Van deze menigte lieten zich in één nacht 300 mensen dopen om
‘het komende oordeel te ontgaan’. Onder het (weder) dopen moest men bidden
‘zo ras gelijck de Oyvaer int clippen’ (= klepperen). Maar plotseling was daar
Harmen Schoemaker, naar men zegt: ‘uut ’t Zandt’. Deze man raakte door de
verhalen van afgezant Kistemaker over hetgeen zich in Münster afspeelde
zodanig opgewonden dat hij zich geroepen achtte tot banierdrager Gods bij een
eventuele tocht naar Münster. Vervolgens sloeg de fantasie bij Harmen over in
echte godsdienstwaanzin. Want hij was toch niet de Messias, hij was God de
Vader zelf! In het bed van Eppe Peters liggende, met naast zich een ton bier,
riep hij galmend: “Slaat dood, slaat dood, monniken en papen, alle overheid op de
hele wereld, in bijzonderheid onze overheid.” En daarna riep hij uit: “Bekeert u,
bekeert u!” en ook maande hij: “Bidt, bidt, bidt!”. Ook wilde Harmen een
evangelisch wonder verrichten. De boer van de Ark, Eppe Peters had een lamme
voet maar na het bevel ‘Sta op en wandel!’ bleef genezing uit. Eppe wilde
Schoenmaker niet beschaamd maken en vluchtte naar zijn buurman.
Met Harm Schoenmaker liep het niet goed af. Op het gerucht dat de
Stadhouder in aantocht was, gingen de mensen naar huis, nadat ze ‘de Vader’ op
de Ark in bed vastgebonden hadden. Toen de gerechtsdienaren kwamen sneed de
vrouw van Eppe Peters de touwen door, waarop Schoenmaker de mannen eerst
nog met een drietandsvork voor zich uitdreef. Uiteindelijk is hij overmeesterd
en in de gevangenis, waar hij uiteindelijk stierf, bleef hij zijn kreet herhalen:
“Slaat dood monniken en papen en de overheid over de hele wereld!”.
Afgezien van het verstoren van een nieuwe verzamelplaats, nu te Oosternieland,
waar de broeders tijdens de ingevallen dooi over de dijken moesten vluchten,
werd het weer rustig rondom de Ark. en moeten we bij de vermelding van
Oosternieland niet denken aan de Kleine Ark, volgens de overlevering een oude
menistenvermaning?” Voorgaande gegevens uit het boek: ‘Doopsgezinden in de
Ommelanden’ van P. Coolman en de column van Ruurd Walinga, Friesch Dagblad
van 20-10-2004.

Boerderij de Kleine Ark te ’t Zandt, ooit gelegen aan open water, waar de
vluchtboten klaar lagen. Bron: boek P. Coolman.
Eerder genoemde Egge Jacobs komt via zijn vrouw Martje op de Ark. Martje
Sijwerts was een dochter van Sijwert Harms en Bouke Everts.
Sijwert Harms was boer en woonde in 1726 op de Arke. Hij trouwde in 1732. Hij
is overleden voor 1748, toen trouwde z’n vrouw Bouke nl met Derk Arents. Het
was dan haar 3e huwelijk. Uit haar 1e huwelijk met
Harm Everts werden twee zonen geboren: Tonnis en Evert. Uit haar huwelijk met
Sijwert drie kinderen. Naast Martje zijn dat Jan en Klaas. Met Derk kreeg ze
geen kinderen.
De voorgangers bij de Wederdoopers, volgens het boek van P. Coolman:
Het wondere ambt: de lijst van herders en leraren te Zijldijk:
Rond 1534: Obbe Philips, oudste te Leeuwarden
Tussen 1551-1582: Leenaert Bouwens, oudste te Emden
Rond 1626: Pieter Tewens, oudste op `t Zandster Voorwerk
1683: Harmen Peters
rond 1740: Jacob Rengers boer op de Coenerheem
1744-1758: Claas Everts, boer op Kolhol
1755-1777: Claas Jans, boer op de Wilkemaheerd onder Startenhuizen
rond 1761: Harm Everts, boer aan de Korendijk
rond 1763: Derk Arents, boer op de (Grote) Ark
1767-1803: Remt Reeukes
Dat het een kleine gemeenschap betreft blijkt wel uit het feit dat Egge Jacobs
(hij trouwt met Martje) weer een zoon is van Jacob Rengers, ook genoemd als
‘herder’. Claas Everts en Harm Everts zijn waarschijnlijk de broers van Bouke.
Derk Arents de 3e man van Bouke. Derk is dus ingetrouwd op de boerderij de
Ark, waar Bouke al woonde met Sijwert. Bouke overlijdt waarschijnlijk in 1767,
dan nl koopt Derk Arents de kinderen van zijn vrouw uit en daarna verkoopt hij
de boerderij.
De naam Arkema komt al in 1725 voor in verschillende gemeenten. Misschien
waren er meer boerderijen die ‘Ark’ heetten, waarnaar mensen zich gingen
noemen?
Volgens de site van het Meertens instituut komen er in 1947: 211 Arkema’s voor
in Nederland en in 2007: 312. Vooral in Noord Groningen.
Een achternaam eindigend op ‘ma’, zoals mijn meisjesnaam Hoeksma komt vooral
voor in Friesland. In Groningen werd er vaak gebruik gemaakt van de uitgang:
‘ema’. B.v. Hoeksema en dus Arkema.
De lijn naar mijn man:
Sijwert Harms x Bouke Everts
Jan Sijwerts r. 1730 x Trijntje Luitjes huwelijk in 1757:
Harm Jans Arkema 1766-1825 x Christina Abrahams Lamath
Jan Harms Arkema 1794-1836 x Trientje Douwes van de Wal
Douwe Jans Arkema 1823-1895 x Roelofke Jans Jonker
Jan Douwes Arkema 1862-1934 x Roelofke Jacobs Zwerwer
Trientje Arkema 1894-1975 x Jelle Sjoerds Veenstra
Neeltje Veenstra 1930- x Rinze Bruining
Jelle Bruining 1958- x Mattie Hoeksma (auteur)